Marokko |
| Dinsdag 01 Januari 2008 00:00 |
|
Marokko! Stel je richt met dartpijltjes op een landkaart en raakt dit land: het zou meteen een voltreffer zijn, want Marokko is voor wie van schitterende landschappen, stadsgezichten en culturele rijkdom houdt, een schot in de roos.Of je nu liefhebber bent van bergen, zee, exotische oorden of de eeuwige sahara met zijn brandende zand en koppige dromedarissen – dit land is adembenemend. De geschiedenis van Marokko laat zich lezen als een spannend boek. Van een prozincie in het uitgestrekte Romeinse Rijk met de hoofdsteden Tingis en Volubilis (de ruïnes zijn echte aanraders), via een trotse monarchie, tot een kolonie van Spanje en Frankrijk aan het begin van de twintigste eeuw. In 1956 ontstaan echter het Marokko zoals wij dat nu kennen: een onafhankelijke monarchie, met inmiddels zo’n 33 miljoen inwoners. Maar de sporen uit het verleden zijn nog steeds waarneembaar. Zo liggenn aan de Middellandsezeekust twee Spaanse enclaves, Ceuta en Melilia, op Marrokkaans grondgebied. Je kunt je er – vreemd genoeg – goed verstaanbaar maken in het Frans, al lukt dat in het noorden ook met Spaans. In de grotere steden en de echte toeristenoorden, spreekt men meestal wel Engels. Als je meer houdt van een wat individuelere reis, weg van de toeristenmassa’s, is een raadzaam niet alleen de populaire steden Casablanca, Agadir en de hoofdstad Rabat te bezoeken. Ga je eigen weg. Huur een auto en rij waarheen je maar wil, er is genoeg te vinden voor een onvergetelijke vakantie. Een mooie route is bijvoorbeeld als je van Tanger (makkelijk te berijken met het vliegtuig) uit naar het zuiden rijdt. Neem de tijd om de steden wat beter te verkennen, kijk eens rond op de vele straatmarkten – de Spuks – van Tetouan, doorkruis het Rif-gebergte met zijn typische begroeiing tot je bij Meknès aankomt, waar je zeker een paar dagen moet blijven. De stad zal met zijn vele stadsmuren en prachtige torens een onuitwisbare indruk achter laten – de stadstoren Bab Mansour, moet je per se gezien hebben. In de 17de en 18de eeuw was deze stad een hoofdstad onder het bewind van de excentrieke heerser Moulay Ismail. En als je dan toch al met een huurauto onderweg bent, kun je net zo goed doorrijden naar Volubilis, de voormalige Romeinse nederzetting, waar je opvallende goed geconserveerde zuilen en schitterende vloertegels kunt bezichtigen. Ga op de terugweg langs de heilige stad Moulay-Idriss en geniet er van een glas muntthee, die men hier ook wel Berber-whisky noemt, en rij dan ’s avonds terug naar Meknès om van vrolijke dans en bedrijvigheid op de Place el Hédim te genieten. ![]() De volgende dag kun je Fez bezoeken, met misschien wel de mooiste markt van heel Marokko. Zodra je de Medina (de ‘oude stad’ in het Arabisch) betreedt via de poort Bab Boujeloud ontkom je niet meer aan de talloze handelaren die hun tapijten en lokale lederwaren aan de man proberen te brengen. Waar je ook niet aan kunt ontkomen zijn de doordringende geuren die opstijgen uit de wijk voor leerlooiers en textielververs, waar de arbeiders in grote lemen potten hun waar verven. Van hieruit kun je met een huurauto gemakkelijk naar het zuiden doorrijden, de wegen zijn goed onderhouden. Rij langs de Sidi Harazem-bron, een naam die je nog zeker zult tegenkomen op flessen mineraalwater, langs Ifrane, een klein, haast Zwitsers skioord, waar je makkelijk een paar uur kunt doorbrengen, en vandaaruit door naar het Midden-Atlasgebergte, waar je in Midelt een hotel voor de nacht kunt zoeken. Het loont zich het omringende land van deze stad te verkennen, en misschien zie je er wel apen met hun jongen tussen de ceders spelen of vind je er glinsterende mineraalstenen. Rij je verder door in de richting van de Sahara, kom je al ter hoogte van het stadje Tafilalt het typische rode woestijnzand tegen. Vanaf hier kun je naar het westen gaan, door de twee gigantische ravijnen Todra en Dedès. Neem de tijd deze ravijnen te bewonderen en geniet van een tajine – een Marokkaanse stoofpot met kip, lam of vis en verse groentesoorten, geserveerd met couscous – in een van de restaurants of hotels gelegen onder uitstekende rotsformaties. Liefhebbers van extreme sporten kunnen zich in de ravijnen aan free-climbing wagen. Vervolg je reis langs de historische starten van de kasbahs, reusachtige burchten van leem, die tegenwoordig als graanschuren dienst doen. Neem beslist een kijkje van binnen, mocht je reisgids dit aanbieden. Onderneem een tochtje naar de onbewoonde nederzetting Aït Benhaddou,een spookstad, waar volgens de legende de geesten van de gestorven inwoners rondwaren. Misschien herken je er het decor van een van je lievelingsfilms wel in. De kroon op je reis moet een bezoek aan Marrakesh zijn, als een laatste fascinerende indruk van die prachtige land. Slenter een paar dagen door de stad, bezoek het beroemde marktplein Djemaa el Fna, drink een glas versgeperst sinaasappelsap bij een van de vele sapverkopers, voor de spotprijs van 3 dirham (€ 0,30), kijk hoe turngroepen hun acrobatiekoefeningen doen op het plein en laat je betoveren door de slangenbezweerders, die met hun fluittonen en soepele bewegingen zwarte cobra’s uit hun manden lokken. Laat je meevoeren door de sfeer en de geur van de vele kruiden en specerijen die hier verhandelt worden in alle hoeken en gaten van het plein, en doe nog een laatste aankoop in een Soek. Je zult tevreden terugkijken op je lange reis en door dit schitterende vakantieland, en waarschijnlijk ook enigszins weemoedig. Maar troost je met de woorden: Ma al Salama, al Maghribia – tot ziens Marokko! |



Top